Posts tonen met het label K14. Alle posts tonen
Posts tonen met het label K14. Alle posts tonen

groep 5 - herhalingstaak - cat. K14

Doel
- De leerlingen herhalen klankwoorden met cht en gt.


Dit is een herhalingstaak. Over de categorie van deze taak is instructie gegeven in de volgende les:
- K14: woorden op ~
cht - Spelling in beeld a, blok 6, les 3

 

Materialen
- taakbladen (groep 5 - H - K14)
- antwoordbladen (groep 5 - H - K14)
- uitlegkaarten b (groep 5 - K14)

 

Activiteiten
Laat de leerlingen de taakbladen voor zich nemen en de opdrachten doorwerken.


Tips voor begeleid leren
Extra bij Uitleg
- Maak duidelijk dat de klank gt op verschillende manieren gespeld wordt.
Hoor je /gt/ na een korte klinker, dan schrijf je cht.
Maar je schrijft hij ligt, hij legt en hij zegt met gt.

Hoor je /gt/ na een lange klinker of een tweetekenklank, dan schrijf je meestal gt: hij vraagt, hij weegt, hij krijgt.

(N.B.: Er staat meestal omdat je de klank /gt/ dan niet altijd als gt schrijft. Denk aan voltooide deelwoorden als gevraagd, geveegd en gedreigd. Uiteraard is een en ander nog minder duidelijk uit te leggen aan leerlingen van groep 5, die nog geen uitleg over werkwoordspelling hebben gekregen.)

groep 6 - herhalingstaak - cat. K14-W9

Doel
- De leerlingen herhalen woorden met ch, cht en gt.

Dit is een herhalingstaak. Over de categorieën van deze taak is instructie gegeven in de volgende lessen:
- K14: woorden op ~cht en ~gt - Spelling in beeld c, blok 5, les 3
- W9: woorden met ch - Spelling in beeld a, blok 6, les 2


Materialen
- taakbladen (groep 6 - H - K14-W9)
- antwoordbladen (groep 6 - H - K14-W9)
- uitlegkaarten c (groep 6 - K14), (groep 6 - W9)

Activiteiten
Laat de leerlingen de taakbladen voor zich nemen en de opdrachten doorwerken.

Tips voor begeleid leren
Extra bij Uitleg
- Maak duidelijk dat de klank /gt/ op verschillende manieren gespeld wordt.
In de Uitleg staat onder andere:
Hoor je /gt/ na een korte klinker?
Dan schrijf je cht, ook als het een persoonsvorm is: nacht, recht, gezicht; hij wacht, hij richt, hij kucht.
Maar bij liggen, leggen en zeggen schrijf je gt: hij ligt, hij legt, hij zegt.

Hoor je /gt/ na een lange klinker of een tweetekenklank?
Dan is het meestal de hij-vorm van een werkwoord op ~gen.
Na de g schrijf je in de hij-vorm een t: hij vraagt, hij weegt, hij buigt, hij krijgt.’
- Besteed aandacht aan woorden die hetzelfde klinken, maar verschillend geschreven worden:
licht (van de zon, gewicht) - hij ligt (liggen); ik lach (lachen) - ik lag (liggen); nog (nog altijd) - noch (en ook niet).

groep 7 - herhalingstaak - cat. K14-W9

Doel
- De leerlingen herhalen woorden met ch, cht en gt.

Dit is een herhalingstaak. Over de categorieën van deze taak is instructie gegeven in de volgende lessen:
- K14: woorden op ~cht en ~gt - Spelling in beeld c, blok 5, les 3
- W9: woorden met ch - Spelling in beeld d, blok 6, les 2

Materialen
- taakbladen (groep 7 - H - K14-W9)
- antwoordbladen (groep 7 - H - K14-W9)
- uitlegkaarten d (groep 7 - K14) (groep 7 - W9)

Activiteiten
Laat de leerlingen de taakbladen voor zich nemen en de opdrachten doorwerken.

Tips voor begeleid leren

Extra bij Uitleg
- Maak duidelijk dat de klank gt op verschillende manieren gespeld wordt.
In de uitleg staat onder andere: ‘Hoor je /gt/ na een lange klinker of een tweetekenklank?
Is het een persoonsvorm? Dan is het een hij-vorm tegenwoordige tijd.
Die schrijf je met gt: hij vraagt, hij weegt, hij buigt, hij krijgt.’

Voor de volledigheid kunt u daar nog aan toevoegen:
Hoor je /gt/ na een lange klinker of een tweetekenklank en is het geen persoonsvorm? Dan is het een voltooid deelwoord. Dat schrijf je met gd: gevraagd, geveegd, gedroogd, gedreigd (maar: toegejuicht omdat ch in 't kofschip zit).

- Besteed aandacht aan woorden die hetzelfde klinken, maar verschillend geschreven worden:
licht (van de zon, gewicht) - hij ligt (liggen); ik lach (lachen) - ik lag (liggen); nog (nog altijd) - noch (en ook niet).

groep 7 - herhalingstaak - cat. K14-W9

Doel
- De leerlingen herhalen woorden met ch, cht en gt.

Dit is een herhalingstaak. Over de categorieën van deze taak is instructie gegeven in de volgende lessen:
- K14: woorden op ~cht en ~gt - Spelling in beeld c, blok 5, les 3
- W9: woorden met ch - Spelling in beeld d, blok 6, les 2

Materialen
- taakbladen (groep 7 - H - K14-W9)
- antwoordbladen (groep 7 - H - K14-W9)
- uitlegkaarten d (groep 7 - K14) (groep 7 - W9)

Activiteiten
Laat de leerlingen de taakbladen voor zich nemen en de opdrachten doorwerken.

Tips voor begeleid leren
Extra bij Uitleg
- Maak duidelijk dat de klank gt op verschillende manieren gespeld wordt.
In de uitleg staat onder andere: ‘Hoor je /gt/ na een lange klinker of een tweetekenklank?
Is het een persoonsvorm? Dan is het een hij-vorm tegenwoordige tijd.
Die schrijf je met gt: hij vraagt, hij weegt, hij buigt, hij krijgt.’
Voor de volledigheid kunt u daar nog aan toevoegen:

Hoor je /gt/ na een lange klinker of een tweetekenklank en is het geen persoonsvorm? Dan is het een voltooid deelwoord. Dat schrijf je met gd: gevraagd, geveegd, gedroogd, gedreigd (maar: toegejuicht omdat ch in 't kofschip zit).
- Besteed aandacht aan woorden die hetzelfde klinken, maar verschillend geschreven worden:
licht (van de zon, gewicht) - hij ligt (liggen); ik lach (lachen) - ik lag (liggen); nog (nog altijd) - noch (en ook niet).